De eerste (voorzichtige) toepassing van de anti-SLAPP wet is een feit
Een kort geding-beschikking van de Brusselse rechtbank van 30 september 2026 maakt voor het eerst toepassing van de anti-SLAPP-wet van 30 mei 2026 waarmee de Belgische wetgever de EU anti-SLAPP-richtlijn 2024/1069 in het Belgisch recht omzette. In deze zaak wierp de RTBF als verweerder de toepassing op van de nieuwe anti-SLAPP bepalingen in het Gerechtelijk Wetboek, inzonderheid artikel 1385/5 dat een aantal criteria vooropstelt tot identificatie van misbruik van procesrecht tegen deelname aan het publiek debat. De rechter vindt dat de procesvoering door eisers niet zozeer gericht was op de erkenning van een subjectief recht, maar eerder druk zette op een persorgaan om gunstige berichtgeving over eisers te verspreiden, in weerwil van de redactionele onafhankelijkheid van de RTBF.
De Brusselse kortgedingrechter is van oordeel dat de opeenvolgende wijzigende vorderingen van de eisers en hun manier van procesvoering en kritiek op de RTBF inderdaad neerkomen op een vorm van misbruik van procesrecht gericht tegen deelname aan het publiek debat. Als SLAPP-kenmerken wijst de beschikking naar de manifest disproportionele aanspraken van eisers, de aperte zwakheid van de juridische argumenten en de denigrerende campagne die eisers voerden tegen de RTBF:

Uiteindelijk bleef het bij een schadevergoeding aan de RTBF voor een bedrag van 3.000 euro en de toewijzing van een rechtsplegingsvergoeding van 2.500 euro aan de RTBF, daar waar de nieuwe anti-SLAPP-wet die sinds 22 juni 2026 van kracht is de mogelijkheid opent voor de veroordeling van eisers tot betaling van alle proceskosten. Maar de RTBF eiste ook maar deze beide bedragen, waardoor de rechter daarmee kon volstaan. Opmerkelijk is wel dat de beschikking ondanks de vaststelling van het manifeste misbruik van procesrecht geen geldboete oplegt aan eisers in toepassing van het vernieuwde artikel 780bis Ger. W., geldboete die nu maximaal 25.000 euro kan bedragen.
De beschikking van 30 september 2026 toont wel aan dat justitie met de anti-SLAPP-wet een belangrijk instrument is aangereikt om SLAPPs te herkennen en beteugelen, al konden in deze zaak pas helemaal op het einde van de procesvoering de nieuwe bepalingen van de wet van 30 mei 2026 worden opgeworpen. Dat is ongetwijfeld de reden waarom de vaststelling van het SLAPP-misbruik in deze zaak niet leidde tot de toepassing van alle consequenties. De beschikking opent wel perspectieve voor nieuwe toepassingen van de anti-SLAPP-wetgeving.
Dirk Voorhoof
Voorz. Rb. Fr. Brussel (Kort Ged.) 30 september 2026, F.B. en United People asbl t. RTBF