Politica (VB) tegen politicus (Groen) (2014-2016)

Een voorbeeld van een hardnekkige procesvoering met de kenmerken van een SLAPP is  de civiele dagvaarding, gevolgd door een strafklacht met burgerlijke partijstelling, door Vlaams Belang politica Barbara Pas tegen Kristof Calvo, toen parlementslid voor Groen. Tijdens een televisiedebat in het VRT-programma Terzake had Calvo Pas een “racist” genoemd, met verwijzing toen in 2014 naar een videogame van het Vlaams Belang waarin moslims werden neer gemept en moskeeën in puin werden gelegd. Calvo werd burgerlijk gedagvaard door Pas wegens “beledigende en lasterlijke uitlatingen”, en kort daarop volgde een strafklacht met burgerlijke partijstelling, waardoor de civiele procedure werd opgeschort. Meteen was duidelijk dat wegens diens parlementaire onschendbaarheid Calvo enkel kon worden vervolgd op initiatief van het openbaar ministerie en de bevoegde ambtenaren (art. 59 Grondwet), en dat de strafprocedure dus niet in gang kon worden gezet via een strafklacht met burgerlijke partijstelling. Pas vroeg toch nog om bijkomende onderzoeksdaden, maar deze vordering werd achtereenvolgens door de raadkamer en de kamer van inbeschuldigingstelling afgewezen om de evidente reden dat er geen gerechtelijk onderzoek, noch strafprocedure was geopend. Pas tekende nog cassatieberoep aan, zonder evenwel een memorie neer te leggen, waardoor het Hof van Cassatie bij arrest van 31 mei 2016 akte verleende van de afstand zonder berusting van het cassatieberoep. Op 6 december 2016 stelde de raadkamer, conform de vordering van het openbaar ministerie, de niet-ontvankelijkheid vast van de burgerlijke partijstelling van Pas. Pas werd veroordeeld tot het betalen van de rechtsplegingsvergoeding aan Calvo, bepaald op 1.440 euro. In de civiele procedure werd vervolgens geen actie meer ondernomen door Pas, met de ambtshalve schrapping van de rol tot gevolg, conform artikel 730 Ger.W.